Augustinusdag 2014

Onze 29e studie- en ontmoetingsdag vond dit jaar plaats op zater­dag 20 september 2014, van 9u30 tot 15u15 in en rond ons eigen Instituut, in de Pakenstraat 65 te Heverlee.

Het thema van deze dag was:

Woelige tijden

Augustinus’ antwoord en het onze

De zaterdag kende een veelbelovende start: zonnig weer, de koffie stond te pruttelen, en langzaamaan stroomden de trouwe deelneemsters en –nemers de inkomhal van het klooster van de Augustijnen in Leuven binnen.

Het thema van de studiedag is Woelige tijden. Augustinus’ antwoord en het onze. Professor M. Lamberigts (KU Leuven, directeur van het AHI) is de eerste spreker van de dag, en hij schetst een levendig beeld van de tijd van Augustinus. Het is een tijd die gekenmerkt wordt door oorlogen, verdeeldheid en ongelijkheid: hoewel Noord Afrika als een welvarend gebied wordt beschouwd in het Romeinse Rijk, is die rijkdom niet gelijk verdeeld: pachters zijn vaak slecht af: van vernielde oogsten moeten ze evenveel afgeven als van geslaagde oogsten aan de grondbezitters. Opstanden tegen deze sociale ongelijkheid blijven niet uit, en deze gaan geregeld gepaard met geweld en plunderingen. Slavernij is een gangbare maar ongewenste praktijk, maar tegelijkertijd erkent Augustinus dat een slaaf tenminste gegarandeerd een dak boven zijn hoofd heeft, en kleding en voedsel. Het zelfde geldt voor kinderarbeid: ondertussen krijgt het kind tenminste verzorging.

Ook binnen de kerk is de situatie niet zo rooskleurig. Augustinus spendeert een groot stuk van zijn bisschoppelijk bestaan met strijden tegen het donatisme. Ook als bisschop wordt Augustinus keer op keer geconfronteerd met het slechtste en het beste in de mens: christenen die elkaar de duvel aandoen, corrupte collega’s… Augustinus wordt vaak verweten dat hij de zaken onvoldoende structureel heeft aangepakt, maar zijn antwoord op de woelige tijd waarin hij leeft, bestaat erin van telkens in elke individuele situatie het gelaat van Christus te herkennen in elke arme die hem aankijkt.

Professor H. Geybels (KU Leuven, denktank Logia) is de tweede spreker, en hij spreekt over een actueel antwoord op de woelige tijden van nu. Volksdevotie, of zoals hij het liever noemt: dagelijkse religieuze cultuur. Deze volksdevotie is iets van alle tijden: mensen hebben altijd heiligen vereerd, relikwieën, mirakels, en iets van magie is daar meestal wel mee verbonden. En terwijl mensen wegblijven uit de kerken, zich niet meer katholiek noemen, blijft de populariteit van plaatsen als Scherpenheuvel en het klein paterken even groot als vroeger. Het aantal bezoekers blijft even groot. Professor Geybels zegt dat dit niet verwonderlijk hoeft te zijn, daar het perfect past in de huidige individualistische, post moderne samenleving: terwijl een misviering gebonden is aan dag, uur, plaats, en vorm, is deze dagelijkse religieuze cultuur veel vrijer te kiezen: je gaat wanneer je daar tijd voor maakt, je doet er wat voor jou goed voelt, je blijft zo lang je wil. Je kiest zelf je rituelen. Net zoals Augustinus in zijn tijd mild was voor deze dagelijkse religieuze cultuur (ze is niet het essentiële geloof, maar kan mensen wel de weg wijzen), toont ook Kardinaal Danneels zich mild wanneer hij zegt dat de dagelijkse religieuze cultuur “een geloof met handen en voeten” is. Er zal altijd een spanning zijn tussen de officiële religie en de ‘volksreligie’, ze verhouden zich tot elkaar als het hoofd tot het hart.

De gebedsviering die op deze lezing volgt, zit vol met woorden van Augustinus die goed op het thema zijn afgestemd, en biedt na al dit voedsel voor het brein een mooie maaltijd voor de ziel.

Dan is het tijd voor voedsel voor het lichaam: de vrijwilligersploeg heeft inmiddels de tafels gedekt, en de maaltijd gereed gemaakt. Dit is toch een moment waarop de deelnemers elkaar echt ontmoeten en gesprekken zich uitspinnen.

De dag wordt afgesloten door de lezing van mevrouw L. Verstricht, (CCV, IKKS). Zij neemt ons mee naar het woelige individu, en doet dit aan de hand van de autobiografie. Zoals u misschien weet, wordt de Confessiones van Augustinus beschouwd als de eerste autobiografie. Het was een nieuw genre dat Augustinus bedacht voor de zoektocht die hij aanging, het zoeken naar betekenis in zijn leven, het beschrijven van en reflecteren over zijn bekering tot het katholieke geloof. We gaan vlot door de geschiedenis wanneer L. Verstricht de Confessions van Rousseau aanhaalt en vervolgens blijft stilstaan bij het autobiografisch werk van Kader Abdolah. Het valt me heel moeilijk om een samenvatting te geven van deze boeiende lezing, die zoveel facetten van de autobiografie aanraakt. Laat me volstaan met te zeggen dat men zichzelf nooit volledig kan kennen, omdat er altijd een stukje vreemd in de mens zit: een stukje Ander. En dat autobiografisch schrijven kan helpen klaarheid te krijgen in zichzelf, betekenis helpt geven. En dat de lezer moet overwegen eens een boek van Kader Abdolah ter hand te nemen. Spijkerschrift (2000, De Geus) bijvoorbeeld. En de Confessiones van Augustinus. De vertaling van Wim Sleddens, Belijdenissen (2009, Damon), leent zich daar uitstekend toe.

 

Hoewel de opkomst minder groot was dan vorig jaar (een trend die zich al enkele jaren manifesteert) kijkt de werkgroep tevreden terug om een geslaagde Augustinusdag.

 

Een augustijnse groet,

Bernard Bruning, augustijn
Martin Davakan, augustijn
Anthony Dupont, medewerker AHI
Anneke Goovaerts, medewerkster AHI
Kristina Van Won­terg­hem, kanunnikes. v.h. H. Graf
Emmy Vermeulen, ursuline
Pierre-Paul Walraet, kruisheer